voucher
zelfstandig naamwoord ˈvɑutʃərBetekenis
- een tegoedbon waarmee men iets kan verkrijgen, soms in plaats van het geld dat men voor een dienst had betaald
Hoe spreek je voucher uit?
/ˈvɑutʃər/
Voucher bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɑu | koud |
| t | tak |
| ʃ | sjaal |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- tegoedbon waarmee men iets kan verkrijgen, soms in plaats van het geld dat men voor een dienst had betaald
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vouchers | meervoud |
Herkomst
van Engels voucher, in de betekenis van ‘tegoedbon’ aangetroffen vanaf 1929
Woordfamilie van voucher
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vouchers | meervoud | voucher |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voucher zijn vastgelegd.