votum
zelfstandig naamwoordBetekenis
- votum en groet: zegenbede aan het begin van een protestantse kerkdienst
- een uitgesproken oordeel, het uitspreken van een oordeel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gelofte, uitspraak’ voor het eerst aangetroffen in 1593
Woordfamilie van votum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| votums | meervoud | votum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van votum zijn vastgelegd.