voorzitterschap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het voorzitter zijn
- periode dat iemand voorzitter is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorzitterschapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voorzitterschapjes | verkleinwoord, meervoud |
| voorzitterschappen | meervoud |
Herkomst
afgeleid van voorzitter met het achtervoegsel -schap
Woordfamilie van voorzitterschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorzitterschapje | verkleinwoord | voorzitterschap |
| voorzitterschapjes | verkleinwoord meervoud | voorzitterschap |
| voorzitterschappen | meervoud | voorzitterschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorzitterschap zijn vastgelegd.