voorzanger
zelfstandig naamwoord /ˈvorzɑŋər/Betekenis
- zanger die bij een optreden iets zingt, waarop een koor hetzelfde zingt of een gezongen antwoord geeft
- bij kerkdiensten iemand die als eerste of enige zingt, meestal nagevolgd door de gemeente of het koor
Hoe spreek je voorzanger uit?
/ˈvorzɑŋər/
Voorzanger bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| o | boot |
| r | rood |
| z | zon |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorzangers | meervoud |
| voorzangertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voorzangertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
erfwoord van Middelnederlands voresanger; op te vatten als afleiding van voorzingen met het achtervoegsel -er of samenstelling van voor en zanger
Woordfamilie van voorzanger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorzangers | meervoud | voorzanger |
| voorzangertje | verkleinwoord | voorzanger |
| voorzangertjes | verkleinwoord meervoud | voorzanger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorzanger zijn vastgelegd.