voortplantingstijd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de tijd van het jaar waarin de voortplanting van sommige biologische systemen gewoonlijk plaatsvindt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voortplantingstijden | meervoud |
| voortplantingstijdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voortplantingstijdjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van voortplanting en tijd met het invoegsel -s-
Woordfamilie van voortplantingstijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voortplantingstijden | meervoud | voortplantingstijd |
| voortplantingstijdje | verkleinwoord | voortplantingstijd |
| voortplantingstijdjes | verkleinwoord meervoud | voortplantingstijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voortplantingstijd zijn vastgelegd.