voorstuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het voorste gedeelte van een groter geheel
- het eerste gedeelte van een serie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorstukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voorstukjes | verkleinwoord, meervoud |
| voorstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van voor vz en stuk zn
Woordfamilie van voorstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorstukje | verkleinwoord | voorstuk |
| voorstukjes | verkleinwoord meervoud | voorstuk |
| voorstukken | meervoud | voorstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorstuk zijn vastgelegd.