voorbeen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een van de voorpoten van een paard
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorbeentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voorbeentjes | verkleinwoord, meervoud |
| voorbenen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van voor bw en been zn
Woordfamilie van voorbeen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorbeentje | verkleinwoord | voorbeen |
| voorbeentjes | verkleinwoord meervoud | voorbeen |
| voorbenen | meervoud | voorbeen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorbeen zijn vastgelegd.