volkorenbrood
zelfstandig naamwoordBetekenis
- brood waarin alles van de graankorrel verwerkt wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| volkorenbroden | meervoud |
| volkorenbroodje | verkleinwoord, enkelvoud |
| volkorenbroodjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘brood van ongebuild meel’ voor het eerst aangetroffen in 1951
Woordfamilie van volkorenbrood
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| volkorenbroden | meervoud | volkorenbrood |
| volkorenbroodje | verkleinwoord | volkorenbrood |
| volkorenbroodjes | verkleinwoord meervoud | volkorenbrood |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van volkorenbrood zijn vastgelegd.