volbloed
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈvɔlblutBetekenis
- van een zuiver ras
- van een zuiver ras zijn, van een onvermengd ras
Hoe spreek je volbloed uit?
/ˈvɔlblut/
Volbloed bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɔ | bot |
| l | land |
| b | bak |
| u | boek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- paard van een zuiver ras
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| volbloeden | meervoud |
| volbloedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| volbloedjes | verkleinwoord, meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- geeft aan dat een persoon in hoge mate de eigenschappen bezit die kenmerkend zijn voor het daaropvolgende zelfstandige naamwoord figuratively
Herkomst
zn: samenstelling van vol bn en bloed zn als leenvertaling van Engels full-blood zn , in de betekenis van ‘van onvermengd ras’ voor het eerst aangetroffen in 1849
Woordfamilie van volbloed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| volbloeden | meervoud | volbloed |
| volbloedje | verkleinwoord | volbloed |
| volbloedjes | verkleinwoord meervoud | volbloed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van volbloed zijn vastgelegd.