voicemail
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het kunnen inspreken van een bericht bij afwezigheid van iemand
- een gesproken bericht dat ingesproken wordt bij de afwezigheid van iemand
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voicemails | meervoud |
| voicemailtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voicemailtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘antwoordapparaat ingebouwd in het telefoonnetwerk’ voor het eerst aangetroffen in 1996
Woordfamilie van voicemail
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voicemails | meervoud | voicemail |
| voicemailtje | verkleinwoord | voicemail |
| voicemailtjes | verkleinwoord meervoud | voicemail |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voicemail zijn vastgelegd.