voetveeg
zelfstandig naamwoordBetekenis
- deurmat waaraan mensen hun schoenen schoonvegen voor ze het huis ingaan
- iemand die helemaal onderaan de maatschappelijke ladder staat en alles van iedereen moet verdragen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voetveegje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voetveegjes | verkleinwoord, meervoud |
| voetvegen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘iem. die alles moet verduren’ voor het eerst aangetroffen in 1561
Woordfamilie van voetveeg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voetveegje | verkleinwoord | voetveeg |
| voetveegjes | verkleinwoord meervoud | voetveeg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voetveeg zijn vastgelegd.