voetmat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- rechthoekige mat, waarop men bij de deur de schoenen kan afvegen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voetmatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voetmatjes | verkleinwoord, meervoud |
| voetmatten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van voet zn en mat zn
Woordfamilie van voetmat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voetmatje | verkleinwoord | voetmat |
| voetmatjes | verkleinwoord meervoud | voetmat |
| voetmatten | meervoud | voetmat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voetmat zijn vastgelegd.