voelhoren
zelfstandig naamwoord ˈvulhorə(n)Betekenis
- een langgerekt, gewoonlijk geleed, uitwendig orgaan op de kop van een insect dat zintuigen voor de tastzin of soms ook voor gehoor of smaak bevat
Hoe spreek je voelhoren uit?
/ˈvulhorən/
Voelhoren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| u | boek |
| l | land |
| h | hoed |
| o | boot |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als voelhoorn.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voelhorens | meervoud |
| voelhorentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voelhorentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van voelen zn en horen zn
Woordfamilie van voelhoren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voelhorens | meervoud | voelhoren |
| voelhorentje | verkleinwoord | voelhoren |
| voelhorentjes | verkleinwoord meervoud | voelhoren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voelhoren zijn vastgelegd.