vod
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een versleten stuk weefsel
- van
zelfstandig naamwoord — neuter
- een versleten stuk weefsel, m.n. een kledingstuk, lap of doek
- iets van weinig of geen waarde. m.n. een stuk papier figuratively, informal
- informeel en/of zinloos praatje, beuzelarij figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vodden | meervoud |
| vodje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vodjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘lor’ voor het eerst aangetroffen in 1552
Woordfamilie van vod
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vodden | meervoud | vod |
| vodje | verkleinwoord | vod |
| vodjes | verkleinwoord meervoud | vod |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vod zijn vastgelegd.