vloeiend
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- stromend
- zonder haperingen een taal kunnen spreken
- zonder moeilijkheden
- van een beweging dat deze zonder haperingen verloopt
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vloeiende | verbogen, stellende trap |
| vloeiender | onverbogen, vergrotende trap |
| vloeiendere | verbogen, vergrotende trap |
| vloeienders | partitief, vergrotende trap |
| vloeiends | partitief, stellende trap |
| vloeiendst | onverbogen, overtreffende trap |
| vloeiendste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- onvoltooid deelwoord van vloeien
Vervoeging van vloeiend
vloeiendhele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van vloeien
Woordfamilie van vloeiend
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vloeiender | vergrotende trap | vloeiend |
| vloeiendere | verbogen vergrotende trap | vloeiend |
| vloeienders | partitieve vergrotende trap | vloeiend |
| vloeiends | partitive, positive | vloeiend |
| vloeiendst | uninflected, superlative | vloeiend |
| vloeiendste | inflected, superlative | vloeiend |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vloeiend zijn vastgelegd.