vliegtuigstoel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een comfortabele stoel met een hoge rugleuning zoals men die in vliegtuigen, treinen en touringcars kan vinden
zelfstandig naamwoord — masculine
- zitplaats in een vliegtuig
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vliegtuigstoelen | meervoud |
| vliegtuigstoeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vliegtuigstoeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vliegtuig en stoel
Woordfamilie van vliegtuigstoel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vliegtuigstoelen | meervoud | vliegtuigstoel |
| vliegtuigstoeltje | verkleinwoord | vliegtuigstoel |
| vliegtuigstoeltjes | verkleinwoord meervoud | vliegtuigstoel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vliegtuigstoel zijn vastgelegd.