vleesvork
zelfstandig naamwoordBetekenis
- grote vork met twee tanden, gebruikt bij het voorsnijden of opdienen van vlees
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vleesvorken | meervoud |
| vleesvorkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vleesvorkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vlees en vork
Woordfamilie van vleesvork
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vleesvorken | meervoud | vleesvork |
| vleesvorkje | verkleinwoord | vleesvork |
| vleesvorkjes | verkleinwoord meervoud | vleesvork |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vleesvork zijn vastgelegd.