vleessaus
zelfstandig naamwoord ˈvlesɑusBetekenis
- met dierlijk spierweefsel bereid traag vloeibaar voedsel, vaak als toevoeging aan een gerecht op basis van graan of groente, saus waar vlees in zit
- toevoeging in traag vloeibare vorm die de smaak van bereid dierlijk spierweefsel verhoogt, saus om op vlees te doen
Hoe spreek je vleessaus uit?
/ˈvlesɑus/
Vleessaus bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| l | land |
| e | veel |
| s | sok |
| ɑu | koud |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vleessausen | meervoud |
| vleessausje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vleessausjes | verkleinwoord, meervoud |
| vleessauzen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vlees zn en saus zn
Woordfamilie van vleessaus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vleessausen | meervoud | vleessaus |
| vleessausje | verkleinwoord | vleessaus |
| vleessausjes | verkleinwoord meervoud | vleessaus |
| vleessauzen | meervoud | vleessaus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vleessaus zijn vastgelegd.