vleespot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- pan waarin men vlees kan klaarmaken
- pot waarin men klaargemaakt vlees kan bewaren
- iets dat men gespaard en goed geconserveerd heeft zodat het in tijden van schaarste gebruikt kan worden
- rijkdom waarvan iedereen wil meegenieten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vleespotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vleespotjes | verkleinwoord, meervoud |
| vleespotten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vlees zn en pot zn
Woordfamilie van vleespot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vleespotje | verkleinwoord | vleespot |
| vleespotjes | verkleinwoord meervoud | vleespot |
| vleespotten | meervoud | vleespot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vleespot zijn vastgelegd.