vistrap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een trap voor vissen om voorbij een sluis, stuw, watermolen of ander obstakel te komen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vistrapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vistrapjes | verkleinwoord, meervoud |
| vistrappen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vis en trap
Woordfamilie van vistrap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vistrapje | verkleinwoord | vistrap |
| vistrapjes | verkleinwoord meervoud | vistrap |
| vistrappen | meervoud | vistrap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vistrap zijn vastgelegd.