vissenoog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het oog van een vis
- een lens met een extreem korte brandpuntsafstand en daardoor een groot blikveld
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vissenogen | meervoud |
| vissenoogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vissenoogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vis zn en oog zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van vissenoog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vissenogen | meervoud | vissenoog |
| vissenoogje | verkleinwoord | vissenoog |
| vissenoogjes | verkleinwoord meervoud | vissenoog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vissenoog zijn vastgelegd.