vishaak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een meestal metalen haak bevestigd aan een lijn waarmee gevist wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vishaakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vishaakjes | verkleinwoord, meervoud |
| vishaken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vis en haak
Woordfamilie van vishaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vishaakje | verkleinwoord | vishaak |
| vishaakjes | verkleinwoord meervoud | vishaak |
| vishaken | meervoud | vishaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vishaak zijn vastgelegd.