Naar de inhoud

vis-à-vis

direct tegenover elkaar, met de gezichten naar elkaar toe

vis-à-vis is meer dan één woord

vis-à-vis

bijwoord, voorzetsel, zelfstandig naamwoord ˌvizaˈvi

Betekenis

  1. direct tegenover elkaar, met de gezichten naar elkaar toe
  2. direct tegenover
  3. ten aanzien van
  4. iemand die direct tegenover zit of staat
  5. toestand waarin men recht tegenover elkaar zit of staat
  6. bankje met S-vormige leuning waarop twee mensen tegenover elkaar kunnen zitten
  7. rijtuig waarin twee passagiers tegenover elkaar zitten
  8. type auto waarin de passagiers tegenover elkaar zitten
  9. klavecimbel voor twee bespelers die tegenover elkaar zitten, elk met een eigen klavier
  10. tegenover elkaar

Hoe spreek je vis-à-vis uit?

/ˌvizaˈvi/

Vis-à-vis bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌvizaˈvi/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
i riet
z zon
a maan
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Herkomst

van Frans vis-à-vis, als voorzetsel aangetroffen vanaf 1776

Veelgestelde vragen over vis-à-vis

Hoe spreek je vis-à-vis uit?
De uitspraak van vis-à-vis is: /ˌvizaˈvi/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent vis-à-vis?
Vis-à-vis is een bijwoord. Het woord betekent: direct tegenover elkaar, met de gezichten naar elkaar toe. Deze pagina beschrijft 10 betekenissen op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

vis-à-vis is geen Scrabblewoord: het bestaat niet uitsluitend uit letters die je met tegels kunt leggen.

Wordfeud punten

Naar spel

vis-à-vis is met Wordfeud niet te leggen: het bestaat niet uitsluitend uit letters waarvoor stenen bestaan.

vis-à-vis in het kort

vis-à-vis is zowel bijwoord, voorzetsel als zelfstandig naamwoord. Welke betekenis geldt, blijkt uit de zin waarin het staat. Hierboven staan 10 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort.

vis-à-vis: direct tegenover elkaar, met de gezichten naar elkaar toe
Deel vis-à-vis — standaardnederlands.nl