vioolsleutel
zelfstandig naamwoord viˈjolsløtəlBetekenis
- teken geplaatst op de tweede lijn van een balk dat aangeeft dat deze een g weergeeft
- stelschroef om een snaar van een strijkinstrument te spannen
Hoe spreek je vioolsleutel uit?
/viˈjolsløtəl/
Vioolsleutel bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| i | riet |
| j | ja |
| o | boot |
| l | land |
| s | sok |
| ø | deur |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vioolsleutels | meervoud |
| vioolsleuteltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vioolsleuteltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van viool zn "strijkinstrument" en sleutel zn **[1] sleutel in de betekenis "teken op een notenbalk, muzieksleutel" **[2] sleutel in de betekenis "voorwerp om op te winden"
Woordfamilie van vioolsleutel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vioolsleutels | meervoud | vioolsleutel |
| vioolsleuteltje | verkleinwoord | vioolsleutel |
| vioolsleuteltjes | verkleinwoord meervoud | vioolsleutel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vioolsleutel zijn vastgelegd.