viertakt
zelfstandig naamwoord ˈvirtɑktBetekenis
- een zuigermotor waarbij de krukas twee complete omwentelingen maakt voordat deze weer in de uitgangstoestand terugkeert
Hoe spreek je viertakt uit?
/ˈvirtɑkt/
Viertakt bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| i | riet |
| r | rood |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| viertakten | meervoud |
| viertaktje | verkleinwoord, enkelvoud |
| viertaktjes | verkleinwoord, meervoud |
| viertakts | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vier en takt
Woordfamilie van viertakt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| viertakten | meervoud | viertakt |
| viertaktje | verkleinwoord | viertakt |
| viertaktjes | verkleinwoord meervoud | viertakt |
| viertakts | meervoud | viertakt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van viertakt zijn vastgelegd.