vierschaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vroegere vorm van rechtbank
- rechtszaal voor die rechtbank
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vierschaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vierschaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| vierscharen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘rechtbank’ voor het eerst aangetroffen in 1153
Woordfamilie van vierschaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vierschaartje | verkleinwoord | vierschaar |
| vierschaartjes | verkleinwoord meervoud | vierschaar |
| vierscharen | meervoud | vierschaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vierschaar zijn vastgelegd.