vetschort
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vetweefsel dat in de buikwand zit
- buikvliesplooi waarin vetweefsel zit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vetschorten | meervoud |
| vetschortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vetschortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vet zn en schort zn
Woordfamilie van vetschort
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vetschorten | meervoud | vetschort |
| vetschortje | verkleinwoord | vetschort |
| vetschortjes | verkleinwoord meervoud | vetschort |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vetschort zijn vastgelegd.