vetpot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een pot waar vet in zit
- een rijk gevulde pot met veel en goed eten, een overvloedige maaltijd
- een pot met smeermiddel voor een machine met bewegende onderdelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vetpotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vetpotjes | verkleinwoord, meervoud |
| vetpotten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vet en pot
Woordfamilie van vetpot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vetpotje | verkleinwoord | vetpot |
| vetpotjes | verkleinwoord meervoud | vetpot |
| vetpotten | meervoud | vetpot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vetpot zijn vastgelegd.