verzekeringsbewijs
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het bewijs dat men verzekerd is.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verzekeringsbewijsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| verzekeringsbewijsjes | verkleinwoord, meervoud |
| verzekeringsbewijzen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van verzekering en bewijs met het invoegsel -s-
Woordfamilie van verzekeringsbewijs
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzekeringsbewijsje | verkleinwoord | verzekeringsbewijs |
| verzekeringsbewijsjes | verkleinwoord meervoud | verzekeringsbewijs |
| verzekeringsbewijzen | meervoud | verzekeringsbewijs |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzekeringsbewijs zijn vastgelegd.