vertrouwensman
zelfstandig naamwoordBetekenis
- man die in vertrouwen als tussenpersoon optreedt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vertrouwenslieden | meervoud |
| vertrouwenslui | meervoud |
| vertrouwensmannen | meervoud |
| vertrouwensmannetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vertrouwensmannetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘iemand die in vertrouwen als tussenpersoon optreedt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1909
Woordfamilie van vertrouwensman
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vertrouwenslieden | meervoud | vertrouwensman |
| vertrouwenslui | meervoud | vertrouwensman |
| vertrouwensmannen | meervoud | vertrouwensman |
| vertrouwensmannetje | verkleinwoord | vertrouwensman |
| vertrouwensmannetjes | verkleinwoord meervoud | vertrouwensman |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vertrouwensman zijn vastgelegd.