vertrouwensbreuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- einde aan het in iemand gestelde vertrouwen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vertrouwensbreuken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vertrouwen zn en breuk zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van vertrouwensbreuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vertrouwensbreuken | meervoud | vertrouwensbreuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vertrouwensbreuk zijn vastgelegd.