vertrouwensbeginsel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het beginsel dat een partij mag vertrouwen op uitlatingen en uitgaan van gedragingen van de wederpartij
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vertrouwensbeginselen | meervoud |
| vertrouwensbeginsels | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vertrouwen en beginsel met het invoegsel -s-
Woordfamilie van vertrouwensbeginsel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vertrouwensbeginselen | meervoud | vertrouwensbeginsel |
| vertrouwensbeginsels | meervoud | vertrouwensbeginsel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vertrouwensbeginsel zijn vastgelegd.