vertrektijd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- tijdstip dat iets of iemand weggaat.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vertrektijden | meervoud |
| vertrektijdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vertrektijdjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vertrek en tijd
Woordfamilie van vertrektijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vertrektijden | meervoud | vertrektijd |
| vertrektijdje | verkleinwoord | vertrektijd |
| vertrektijdjes | verkleinwoord meervoud | vertrektijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vertrektijd zijn vastgelegd.