velduil
zelfstandig naamwoordBetekenis
- in Nederland een zeer schaarse broedvogel van open gebieden met een graslandbegroeiing of van open moerassen die de nesten op de grond maakt
zelfstandig naamwoord — masculine
- Asio flammeus in Nederland een zeer schaarse broedvogel van open gebieden met een graslandbegroeiing of van open moerassen die de nesten op de grond maakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| velduilen | meervoud |
| velduiltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| velduiltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van veld zn en uil zn
Woordfamilie van velduil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| velduilen | meervoud | velduil |
| velduiltje | verkleinwoord | velduil |
| velduiltjes | verkleinwoord meervoud | velduil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van velduil zijn vastgelegd.