veldrijder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- sporter die doet aan veldrijden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| veldrijders | meervoud |
| veldrijdertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| veldrijdertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
naamwoord van handeling van veldrijden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van veldrijder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| veldrijders | meervoud | veldrijder |
| veldrijdertje | verkleinwoord | veldrijder |
| veldrijdertjes | verkleinwoord meervoud | veldrijder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veldrijder zijn vastgelegd.