vehikel
zelfstandig naamwoord /ve'hikəl/Betekenis
- een middel van vervoer op land (dat van slechte kwaliteit is)
- iets wat slecht functioneert
- een middel (meestal een vloeistof) waarin een stof kan worden opgelost en zo kan worden toegediend
- iets dat alleen maar dient als intermediair om een bepaald doel te bereiken
Hoe spreek je vehikel uit?
/veˈhikəl/
Vehikel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| e | veel |
| h | hoed |
| i | riet |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vehikels | meervoud |
| vehikeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vehikeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘voertuig’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van vehikel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vehikels | meervoud | vehikel |
| vehikeltje | verkleinwoord | vehikel |
| vehikeltjes | verkleinwoord meervoud | vehikel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vehikel zijn vastgelegd.