veest
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- wind (uit de darm)
zelfstandig naamwoord — masculine
- scheet, gasontlading uit de darm
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vezen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vezen
- gebiedende wijs meervoud van vezen
- enkelvoud tegenwoordige tijd van veesten
- gebiedende wijs van veesten
Vervoeging van veest
veesthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘buikwind’ voor het eerst aangetroffen in 1458.