vastheid
zelfstandig naamwoord ˈvɑsthɛitBetekenis
- de zekerheid die iemand heeft in denken en handelen
- een sterke samenhang hebbend en daardoor moeilijk te veranderen en hard aanvoelend
Hoe spreek je vastheid uit?
/ˈvɑsthɛit/
Vastheid bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vastheden | meervoud |
Herkomst
afleiding van vast met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van vastheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vastheden | meervoud | vastheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vastheid zijn vastgelegd.