vastdraaien
werkwoordBetekenis
- door een rondgaande beweging iets ergens aan bevestigen
- niet meer verder kunnen gaan
Vervoeging van vastdraaien
vastdraaienhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van vast bw en draaien ww
Woordfamilie van vastdraaien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| draai vast | woordvorm | vastdraaien |
| draaide vast | woordvorm | vastdraaien |
| draaiden vast | woordvorm | vastdraaien |
| draaie vast | woordvorm | vastdraaien |
| draaien vast | woordvorm | vastdraaien |
| draait vast | woordvorm | vastdraaien |
| vastdraai | with-subordinate-clause | vastdraaien |
| vastdraaide | with-subordinate-clause | vastdraaien |
| vastdraaiden | with-subordinate-clause | vastdraaien |
| vastdraaie | with-subordinate-clause | vastdraaien |
| vastdraaiend | woordvorm | vastdraaien |
| vastdraaiende | woordvorm | vastdraaien |
| vastdraait | with-subordinate-clause | vastdraaien |
| vastgedraaid | woordvorm | vastdraaien |
| vastgedraaide | woordvorm | vastdraaien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vastdraaien zijn vastgelegd.