vasectomie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- sterilisatie van de man door het doorsnijden en gedeeltelijk wegnemen van de zaadleiders
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vasectomietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vasectomietjes | verkleinwoord, meervoud |
| vasectomieën | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘verwijdering van de uitvoergang van de zaadbal’ voor het eerst aangetroffen in 1949
Woordfamilie van vasectomie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vasectomietje | verkleinwoord | vasectomie |
| vasectomietjes | verkleinwoord meervoud | vasectomie |
| vasectomieën | meervoud | vasectomie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vasectomie zijn vastgelegd.