variété
zelfstandig naamwoordBetekenis
- voorstelling waarin een afwisselend programma van zang, dans, goocheltoeren, acrobatiek enz. vertoond wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| variéteetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| variéteetjes | verkleinwoord, meervoud |
| variétés | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorstelling met afwisselend programma’ voor het eerst aangetroffen in 1919
Woordfamilie van variété
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| variéteetje | verkleinwoord | variété |
| variéteetjes | verkleinwoord meervoud | variété |
| variétés | meervoud | variété |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van variété zijn vastgelegd.