vakbondsbestuurder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bestuurder van een vakbond
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vakbondsbestuurders | meervoud |
| vakbondsbestuurdertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vakbondsbestuurdertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vakbond en bestuurder met het invoegsel -s-
Woordfamilie van vakbondsbestuurder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vakbondsbestuurders | meervoud | vakbondsbestuurder |
| vakbondsbestuurdertje | verkleinwoord | vakbondsbestuurder |
| vakbondsbestuurdertjes | verkleinwoord meervoud | vakbondsbestuurder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vakbondsbestuurder zijn vastgelegd.