vakantiespreiding
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het op verschillende momenten schoolvakantie hebben in verschillende delen van het land, zodat niet iedereen op het zelfde moment op vakantie gaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vakantiespreidingen | meervoud |
| vakantiespreidinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vakantiespreidinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vakantie zn en spreiding zn
Woordfamilie van vakantiespreiding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vakantiespreidingen | meervoud | vakantiespreiding |
| vakantiespreidinkje | verkleinwoord | vakantiespreiding |
| vakantiespreidinkjes | verkleinwoord meervoud | vakantiespreiding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vakantiespreiding zijn vastgelegd.