vakantieplan
zelfstandig naamwoordBetekenis
- wat je hebt voorgenomen om de gaan doen op vakantie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vakantieplannen | meervoud |
| vakantieplannetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vakantieplannetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vakantie en plan
Woordfamilie van vakantieplan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vakantieplannen | meervoud | vakantieplan |
| vakantieplannetje | verkleinwoord | vakantieplan |
| vakantieplannetjes | verkleinwoord meervoud | vakantieplan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vakantieplan zijn vastgelegd.