vakantiegebied
zelfstandig naamwoordBetekenis
- deel van een land of regio waar veel toeristen naar toegaan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vakantiegebieden | meervoud |
| vakantiegebiedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vakantiegebiedjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vakantie en gebied
Woordfamilie van vakantiegebied
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vakantiegebieden | meervoud | vakantiegebied |
| vakantiegebiedje | verkleinwoord | vakantiegebied |
| vakantiegebiedjes | verkleinwoord meervoud | vakantiegebied |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vakantiegebied zijn vastgelegd.