vaartijd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het tijdstip dat een schip vertrekt
- de duur die men nodig heeft voor het varen
- de periode van de dag dat men vaart
- duur van de periode dat iemand in zijn leven gevaren heeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vaartijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van varen ww en tijd zn
Woordfamilie van vaartijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vaartijden | meervoud | vaartijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vaartijd zijn vastgelegd.