uroloog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een specialist in de geneeskunde die zich bezighoudt met de urinewegen bij de man en de vrouw, en de geslachtsorgaan|geslachtsorganen van de man
zelfstandig naamwoord — masculine
- een specialist in de geneeskunde die zich bezighoudt met de urinewegen bij de man en de vrouw, en de geslachtsorganen van de man
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| urologen | meervoud |
| uroloogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uroloogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Van het Griekse οὖρον - oûron, "urine" met het achtervoegsel -loog
Woordfamilie van uroloog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| urologen | meervoud | uroloog |
| uroloogje | verkleinwoord | uroloog |
| uroloogjes | verkleinwoord meervoud | uroloog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uroloog zijn vastgelegd.