unanimiteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- eenstemmigheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| unanimiteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eenstemmigheid’ voor het eerst aangetroffen in 1553
Woordfamilie van unanimiteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| unanimiteiten | meervoud | unanimiteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van unanimiteit zijn vastgelegd.