unciaal
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- van een letter of schrift in de vorm van klassieke hoofdletters, maar daarvan onderscheiden door een afgeronde omtrek
- een verzorgd majuskelschrift met een afgeronde omtrek dat van de derde tot de achtste eeuw in gebruik was
- een letter uit het unciaalschrift
bijvoeglijk naamwoord
- [van een letter of schrift] in de vorm van klassieke hoofdletters, maar daarvan onderscheiden door een afgeronde omtrek
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| unciaals | partitief, stellende trap |
| unciale | verbogen, stellende trap |
Herkomst
afgeleid van het Latijnse uncia met het achtervoegsel -aal
Woordfamilie van unciaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| unciaaltje | woordvorm | unciaal |
| unciaaltjes | meervoud | unciaal |
| unciale | verbogen vorm | unciaal |
| uncialen | meervoud | unciaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van unciaal zijn vastgelegd.