umlaut
zelfstandig naamwoord /ˈumlʌʊt/Betekenis
- een trema dat in onder andere het Duits gebruikt wordt om aan te geven dat een klinker om grammaticale redenen een andere klank gekregen heeft
- een vorm van klinkerharmonie waarbij een klinker in de ene lettergreep veranderd wordt door een klinker in de volgende
Hoe spreek je umlaut uit?
/ˈumlʌut/
Umlaut bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| u | boek |
| m | maan |
| l | land |
| ʌu | koud |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| umlauten | meervoud |
| umlautje | verkleinwoord, enkelvoud |
| umlautjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vocaalwijziging o.i.v. een klinker in de volgende lettergreep’ voor het eerst aangetroffen in 1846.
Woordfamilie van umlaut
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| umlauten | meervoud | umlaut |
| umlautje | verkleinwoord | umlaut |
| umlautjes | verkleinwoord meervoud | umlaut |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van umlaut zijn vastgelegd.